Het Lohmanorgel in de Bartholomeüskerk te Stedum gaat gerestaureerd worden
De westwand van onze mooie Bartholomeüskerk wordt gevuld met het uit 1791 daterende orgel van Dirk Lohman uit Emden, dat hij als eerste grote orgel van zijn hand in Nederland bouwde met zijn twee zoons Nicolaas Anthonie en Gerhard Diederich. Na de bouw van dit orgel zou de orgelmakerij van Lohman een grote vlucht nemen en uitgroeien tot een van de meest toonaangevende Nederlandse orgelmakers bedrijven in de 19de eeuw. Maar liefst vier generaties Lohman maakten tot aan 1871 voor veel kerken in ons land fraaie orgels, van groot tot klein. Het begon allemaal in Stedum bij herbergier Medendorp, waar de twee zoons Lohman waren gehuisvest gedurende de bouw van het Stedumer orgel. Ze werden verliefd op de beide dochters van Hindrik Berend Medendorp, Anna en Jantje, en trouwden enkele jaren later.
Het orgel werd betaald door de toenmalige borgheer op Nittersum en unicus collator Tjaard Adriaan Gerlacius. Adviseur was de Stedumer organist Johannes Wiardi, die bevriend was met de borgheer en zijn vrouw Taeteke Helena Henderica Gockinga. Hun familiewapens zijn nog in de kerk en op het orgel aanwezig.
Lohman zou de grote concurrent worden van de orgelmakers Heinrich Hermann Freytag en zijn compagnon Frans Casper Snitger, een kleinzoon van de beroemde Arp Schnitger. Zij hadden in feite tot dan toe een monopoliepositie voor de bouw van orgels in de provincie Groningen. Lohmans orgels klonken heel anders; ze vertegenwoordigden een toen nog steeds aanwezige Noord-Duitse klankcultuur terwijl Freytag en Snitger, hoewel eveneens Duitsers van geboorte, zich veel meer hadden aangepast aan de toen gangbare Nederlandse orgelbouwstijl en daarbinnen hun eigen stijl hadden ontwikkeld.
Een met beide concurrenten bevriende beeldsnijder Mattheus Walles maakte het fraaie lofwerk van de orgelkast. Het orgelbalkon met kolommen, borstwering en gesneden scherm in het midden dateert echter al van 1714 en is, gezien de zo karakteristieke kenmerken, gemaakt door de bekende stadsbouwmeester Allert Meijer en diens beeldsnijder Jan de Rijk. Zij beiden maakten ook de orgelkasten en alle beeldhouwwerk van de Schnitgerorgels in Groningen, Stad en Ommelanden.
Lohmans orgel was niet het eerste orgel in de kerk. Al in de 16de eeuw stond er een orgel waarvan nog een heel bijzondere tekening is bewaard in het archief van de hervormde pastorie. Dat orgel was hersteld in 1680, nadat vanaf 1668 eerst het gehele kerkmeubilair was vernieuwd: de stenen vloer, preekstoel, herenbank, kerkbanken met doophek en graftombe van Rombout Verhulst. Dit alles in opdracht van de toenmalige borgheer Johan Clant. De orgelpijpen uit 1680 van Andreas de Mare Jr. en Hendrick Harmensz van Loon staan nog steeds in het orgel en vormen samen met de nog resterende pijpen van Lohman een nog altijd fraai klinkend ensemble.
In de 19de eeuw werd het orgel relatief weinig gewijzigd. Ook niet bij de spraakmakende kerkrestauratie in 1878-9 door de architect J.J. van Langelaar en rijksbouwmeester P.J.H. Cuypers, de architect van o.a. het Rijksmuseum in Amsterdam. In 1930 werden nog wel enkele kleine wijzigingen doorgevoerd.
Bij de nieuwe grote kerkrestauratie van 1937-39 werd echter veel pijpen vernieuwd, omdat men het oude pijpwerk niet kon herstellen. Vanwege de uit de hand gelopen kosten van de restauratie kon er echter niet meer geld aan het orgel worden besteed. Pas in de oorlogsjaren 1942-44 (in 1946 was het werk echt klaar) is het ook in 1939 al in slechte staat verkerende orgel, op wens van de nieuwe organist meester Dijkstra en mede naar plannen en onder toezicht van de Katholieke Klokken- en Orgelraad (KKOR)-adviseur mr. A. Bouman, gerestaureerd en uitgebreid met een elektrisch vrij pedaal. Dit werk werd uitgevoerd door orgelmaker Mense Ruiter uit Groningen, waarbij hij vaak ’s nachts, wellicht ook als onderduiker, het orgel restaureerde. Het instrument is toen geheel naar de mode en kennis van die tijd hersteld. Het klinkt sindsdien totaal anders (zacht, intiem en omfloerst en daardoor ook saai) dan Lohman het ooit had bedoeld (namelijk uitbundig en zangerig).
In 1990 heeft het orgel een grote onderhoudsbeurt gehad, waardoor een grote restauratie nog lange tijd kon worden uitgesteld, maar nu is het orgel zo slecht geworden dat een restauratie onontkoombaar is.
In 2016 is de Stichting Vrienden van de Bartholomeüskerk Stedum (SVBS) opgericht en enkele jaren geleden een uitgebreide orgelcommissie, waarin bestuursleden van de Stichting, een kerkrentmeester van de Hervormde Gemeente Stedum-Lellens-Wittewierum-Ten Post (de eigenaar van het orgel), organisten van de Bartholomeüskerk en een fondswerver zitten. Beide organen ondersteunen het kerkbestuur bij de komende restauratie met kennis van het orgel, om voldoende financiële middelen aan te kunnen boren, allerlei activiteiten te organiseren en om alles van een goede en adequate PR te voorzien. Ook is men bezig met het formeren van een Comité van Aanbeveling. De ervaring leert dat de lobby van een dergelijke partij veel goeds kan brengen. We zijn heel blij dat er inmiddels al vijf personen hebben toegezegd: Commissaris van de Koning René Paas, burgemeester van Gemeente Eemsdelta Ben Visser, de kunstschilders Henk Helmantel en Rein Pol en historicus Reint Wobbes. Ook is contact gezocht met Ton Koopman om zitting te nemen in het Comité; dat verzoek loopt nog.
Hoe restaureer je nu dit Lohmanorgel met haar zo specifieke historie? Moet het per se blijven zoals het nu is volgens de opvatting ‘historisch gegroeid’ of mag je overgaan tot reconstructie van het Lohman orgel naar de situatie in 1791, omdat je vindt dat het ‘historisch verknoeid’ is? Het kerkbestuur van de Hervormde Gemeente, de SVBS en orgelbouwadviseur Stef Tuinstra (projectleider van de restauratie) zijn deze laatste mening toegedaan.
Tussen deze beide uitersten zijn er echter meer planvarianten mogelijk, variërend van:
- plan A: reconstructie naar de originele toestand in 1791, inclusief de oude kleurstelling en originele windvoorziening in de torenruimte;
- plan B: hetzelfde als plan A, maar dan met behoud van het huidige, vrijwel niet geschilderde uiterlijk;
- plan C: idem als plan B, maar dan met behoud van de huidige magazijnblaasbalg;
- plan D: terug naar de situatie van 1939, dus met behoud van het toen nieuw ingezette pijpwerk, al dan niet volledig geherintoneerd;
- plan E: slechts integraal herstel van de huidige situatie.
In 1944 werd de klaviatuur aan de zuidzijde gemaakt, maar bleef de oude klaviatuur aan de voorkant wel aanwezig. Alleen bij plan E blijft dit zo; bij de andere vier plannen wordt de klaviatuur aan de voorzijde hersteld en de klaviatuur aan de zijkant weggenomen.
Omdat de achtergronden bij elk plan gecompliceerde afwegingen vereisen, is er inmiddels een pré-vergunningaanvraag bij de gemeente Eemsdelta ingediend. Daarbij zullen op basis van een voor deze plandiscussie geschreven notitie van Stef Tuinstra alle wetenswaardigheden van het orgel worden bediscussieerd, zonder dat dit in de officiële vergunningaanvraag verdere juridische of subsidie-technische consequenties zal hebben. Dit overleg met de vertegenwoordigers van de overheid (Gemeente Eemsdelta (vergunningverlener), Provincie (subsidiegever) en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (expertisehouder) zal in de komende maanden plaatsvinden. Daarna zal het definitieve restauratieplan verder worden uitgewerkt, waarna de vergunning officieel kan worden verleend. Vervolgens volgt de subsidieaanvraag bij de provincie Groningen in het kader van de Groot onderhoud waaronder Restauratie Rijksmonumenten (GRRG)-regeling en wordt de fondswerving gestart.
De bandbreedte van de kosten varieert van € 925.000 bij plan A tot € 550.000 bij plan E. Daarbij is de subsidiëring bij plan A naar verhouding veel gunstiger dan bij plan E, omdat een ambitieuzer plan meer subsidie genereert. De totale bijdrage van de eigenaar wordt bij plan A geschat op ruim 2 ton en bij plan E op ruim 1 ton.
De eigenaar en de SVBS streven er dus naar om plan A t.z.t. te kunnen uitvoeren. Men hoopt daarom op de mogelijkheid van betrokken gulle gevers die geld kunnen missen en een legaat zouden willen doneren. Dit is bij meer orgelrestauraties in de provincie gebeurd, waarbij soms grote bedragen zijn gedoneerd. Bij deze is het al mogelijk geld te storten op de rekening van het speciaal voor dit doel ingestelde orgelfonds van de Hervormde Gemeente Stedum-Lellens-Ten Post-Wittewierum, t.w. NL39 RABO 1517 3684 13.
Zo gauw er meer nieuws te melden is rondom de orgelrestauratie zal dit kenbaar worden gemaakt.
Download hier de plan-notitie: